Over de parochie

De parochie Sint Adrianus in Naaldwijk kent een geschiedenis van eeuwen. Vanaf de twaalfde eeuw wordt er al door katholieken samengekomen: aanvankelijk in een houten onderkomen, later in de kerk aan het Wilhelminaplein. Via de schuilkerk aan de Zwartendijk en twee kerkgebouwen aan de Dijkweg uit 1790 en 1870 belandde de kerkgemeenschap uiteindelijk in 1931 in het huidige gebouw aan de Molenstraat.

In de kerk begraven


In het verleden werden de overledenen in het kerkgebouw begraven. Echter, eind achttiende eeuw komt er verzet tegen deze wijze van begraven, vanwege ruimtegebrek en in verband met de hygiëne. Op 7 augustus 1827 werd de verordening van kracht dat doden niet meer begraven mochten worden in kerken, kapellen of bedehuizen. De nieuw te stichten begraafplaats moest minstens 30 à 35 ellen buiten de bebouwde kom van een gemeente liggen. Ten behoeve van de eerste algemene begraafplaats van Naaldwijk werd een stuk grond gekocht van Wouter van der Hoeven en Cornelis van Breemen. Op 17 januari 1829 werd daar de eerste dode begraven. Deze begraafplaats lag ongeveer op de plek waar nu het verzetsmonument staat, op de hoek van de Dijkweg en de Verdilaan. De begraafplaats was in 1865 aan uitbreiding toe. De gemeente kwam echter niet tot overeenstemming met verkopers. Toen werd een stuk grond gekocht van de weduwe W. Koenekoop aan de Geestweg. Daar is nog steeds de algemene begraafplaats van de gemeente Naaldwijk. Uitbreidingen vonden plaats in 1867 en 1897, en steeds weer, tot enkele jaren geleden.

Adrianus Martinus Hofstede


Het oude kerkhof is een oase van rust. Jacobus Nicolaas Mazza, pastoor van 1798-1830, heeft er voor gezorgd dat de R.K. kerk in Naaldwijk een kerkhof kreeg in 1828. Hij is zelf op 1 maart 1830 gestorven en ligt daar ook begraven. Hier ligt ook de weldoener van de parochie, Adrianus Martinus Hofstede begraven. Bij zijn overlijden in 1927 liet hij de parochie een legaat na voor een nieuwe kerk. En het moge duidelijk zijn dat deze weldoener heden ten dage nog geëerd wordt, al was het maar dat het parochiecentrum De Hofstede naar hem vernoemd is.


Bron:

https://rkwestland.nl/nieuws/iedereen-is-welkom-aan-boord-van-dit-schip-van-jezus

1980 Gesloten


De voormalige begraafplaats werd in 1828 in gebruik genomen, in 1980 werd de laatste parochiaan er begraven.

Oorlogsgraven 


Op het kerkhof bevonden zich ook twee oorlogsgraven van militairen, die beiden op 10 mei 1940 zijn gesneuveld. De 19-jarige Naaldwijker Jacobus Bronswijk sneuvelde bij de verdediging van vliegveld Waalhaven in Rotterdam en Eduard Michels uit Amsterdam liet het leven nabij het voormalige café De Pet vlakbij de Heenweg. Op 16 september 2020 is het graf geruimd. De twee militairen zijn met militaire eer herbegraven op de erebegraafplaats op de Grebbeberg in Rhenen, dat is het ereveld voor alle slachtoffers van de meidagen in 1940. De opgraving wordt gedaan door een speciale afdeling van de Koninklijke Landmacht, in opdracht van de Oorlogsgravenstichting.


Historie


De geschiedenis van het kerkhof is nauw verbonden met die van de katholieke kerk in Naaldwijk. Tot 1970 werden alle Naaldwijkse katholieken aan de Dijkweg begraven. Nadat de katholieke eredienst vanaf het begin van de Tachtigjarige Oorlog meer dan 200 jaar verboden was, mocht in 1787 weer een parochie worden opgericht. Tot die tijd werd gebruik gemaakt van een schuilkerk aan de Zwartendijk. De eerste katholieke kerk kwam aan de Dijkweg te liggen. Deze kerk werd in 1870 vervangen door nieuwbouw. Deze intieme kerk was echter slechts een kort bestaan gegund. De toren was niet goed gefundeerd en dreigde los te scheuren van het schip van de kerk. Afbraak was noodzakelijk. In 1931 werd naar de nieuwe Adrianuskerk aan de Molenstraat verhuisd.


Tot dat jaar stond de katholieke kerk precies op de plek waar nu zich de voorhof van de begraafplaats met de Piëta van Albert Termote bevindt. Daarnaast lag de in 2009 gesloopte Pastorie De Harmonie. De robuuste witgepleisterde Pastorie vormde vele jaren de entree van het dorp. De grond voor de dodenakker werd in 1828 door de parochie aangekocht. Pastoor Jacobus Mazza van de Adrianusparochie zegende het kerkhof datzelfde jaar in. Twee jaar later wordt hij zelf op ‘zijn" kerkhof begraven. De steen van de uit Amsterdam afkomstige pastoor Mazza bevindt zich nog in originele toestand op het graf.


Priestergraven
De begraafplaats bevat nog een aantal andere beschermingswaardige graven zoals het priestergraf, waarin zes priesters hun laatste rustplaats hebben gevonden waaronder enkele bekende pastoors van Naaldwijk zoals negentiende-eeuwse pastoors Van Dinther en Saagsveld. In de twintigste eeuw kwamen daar Van Lijnschoten, Wierdels en Van den Bergh en de rector van het Martinusgesticht Jac. Vijverberg bij en boer Hofstede, die zijn boerderij en vermogen aan de kerk naliet. Na afbraak van de boerderij werden op zijn grond kerk en pastorie gebouwd. Tevens bevat de kerkhof een zustergraf. Hierin werden de zusters Dominicanessen van Neerbosch begraven, die in Naaldwijk werkzaam waren in het onderwijs aan de RK meisjesschool en de zorg in het Martinusgesticht aan de Dijkstraat.


Schoolhoofd
Zoon Gerard Kester uit de bekende slagersfamilie werd pater kruisheer. Hij is als missionaris in 1965 in Congo vermoord. ,,Het was een vrolijke opgewekte man’’, weet een oudere Naaldwijker zich nog te herinneren. ,,Ik zie zijn ronde blozende gezicht nog zo voor me’’. Een andere bekende Naaldwijker, die aan de Dijkweg ligt begraven, is schoolhoofd G. Biezeno. ,,Een man, die veel wist en gemakkelijk dingen kon uitleggen’’, zegt een oud leerling. ,,Hij maakte de selectie wie naar een kostschool ging. Twee van zijn zonen werden pater dominicaan. Een zoon verliet het seminarie vlak voor hij gekleed zou worden en werd later hoofdonderwijzer. Hij was getrouwd met onderwijzeres Nel van Giezen. Biezeno senior vervalste in de oorlog persoonsbewijzen en had op zolder 14 à 15 typmachines staan. De man was ontzettend precies. Hij zocht net zolang totdat hij de juiste letters had om documenten te vervalsen.’’

Op het kerkhof ligt eveneens architect Adriaan Dessing, die vele woningen in Naaldwijk tekende. Een bekend ontwerp van hem is slagerij Van Leeuwen in de Rembrandtstraat. Dessing had een bijbaan als organist in de Adrianuskerk. Een ander bekend fenomeen is Naaldwijk was de religieuze winkel van de familie Braun in de Molenstraat, waarvan Jacobus Braun aan de Dijkweg in Naaldwijk zijn laatste rustplaats vond. ,,Half Naaldwijk had een kerststal van Braun’’, zegt een Naaldwijker uit eigen herinnering. ,,Braun verkocht ook religieuze boeken en beelden. Het Kerkhof is een ensemble van het sociale leven van katholiek Naaldwijk in de twintigste eeuw. 


Bron:

Frank de Klerk